Practoraat internationalisering

ROC Mondriaan en ROC van Twente hebben sinds 16 november 2020 een officieel ‘practoraat internationalisering’. De kersverse practor Babette Hoeberigs hield online haar inaugurele rede die je hier terug kunt zien.

Een ontwikkeling die niet uit kon blijven, gegeven de aandacht die er de laatste tijd is voor enerzijds internationalisering in het mbo en anderzijds de practoraten die bij de mbo-instellingen uit de grond schieten. Om het eerste te benoemen: politiek, EU, raden, brancheorganisaties, allen wijzen ze op het belang voor studenten om met de juiste ‘internationale competenties’ de arbeidsmarkt te betreden. We leven immers in een globaliserende wereld, voor Nederland als handels-/exportand hebben internationale betrekkingen altijd een groot belang gehad en we exporteren niet alleen goederen, maar ook kennis.

Voor mij was deze rede interessant om te zien hoe die raakt aan mijn onderzoek. Een paar zaken vallen dan op:

  • het is een practoraat van twee “grijze” beroepsopleidingen (ROC); ik werk zelf in het groene mbo;
  • waar ik zelf zoek naar de opbrengsten van internationalisering voor studenten, ging het in de aftrap van het practoraat vooral over de rol van docenten en curriculumontwikkeling.

Zaken die prima naast elkaar kunnen en moeten bestaan, maar zelf focus ik graag op ‘maar wat heeft de student in de klas er aan’. Wat zijn de opbrengsten van internationalisering voor de student zelf, zeker waar het gaat om vakkennis? Daar is nog niet zo veel over bekend.

Mocht je meer willen weten over het practoraat internationalisering: er is nu ook een website in de lucht. Die vind je hier.

Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay

Internationalisation in Floristry

In de periode 2017-2018 heb ik met mijn onderwijsinstelling meegedraaid in het Erasmus+ KA2-project “Digital Classrooms & Floristry Vocational Education in Europe”. Doel van het project was om bestaande èn aankomend medewerkers/ondernemers in de bloemenbranche (bij) te scholen in de veranderende branche. En dát de branche aan het veranderen is kun je alleen al zien aan het afnemend aantal bloemenzaken.
Daarvoor hebben we op niveau 3/4/5 MOOC’s voor onze en andere digitale leeromgevingen ontwikkeld. In vervolg op dat project ben ik nu betrokken bij een project dat zich richt op het gebruik van AR/VR en 3D printen in de bloemenbranche. We doen dat samen met andere (ook niet-bloemgerelateerde) buitenlandse onderwijsinstellingen.

Voor de zomer hebben we onder medewerkers van zowel de branche als het bloem-onderwijs een enquête uitgezet, waarbij we probeerden draagvlak en noodzaak van het inspelen op de nieuwe technologische ontwikkelingen te achterhalen. Is er überhaupt behoefte om “iets” met AR/VR en 3D printen te doen? En zo ja, waarom en zo nee, waarom dan niet? Waar liggen de belemmeringen als je het wel wilt; wat zijn de argumenten om er niet aan te beginnen?

De uitkomsten zijn 50/50. De helft ziet nut en noodzaak, wil aan de slag maar ervaart nog wel allerlei belemmeringen. De andere helft ziet geen nut en noodzaak.
Nu vraag ik me bij die andere helft af: is daar nu sprake van onbewust, of juist bewust onbekwaam zijn?


Photo by Patrick Schneider on Unsplash